Vijf jaar Marit
Tijdens de teamvergadering klopt Linda op de deur. Bloemen voor Marit. Ze schrikt een beetje. Zag dit niet aankomen. “Nu moet ik zeker speechen?”, zegt ze met een voorzichtig lachje. “Ja, ik heb natuurlijk niks voorbereid…”
De volgende dag spreek ik Marit over haar vijf jaar bij Jayda CC. Eerst als ambulant begeleider en inmiddels ook als assistent teammanager. Ze was net afgestudeerd toen ze bij Jayda CC solliciteerde. Er liepen meerdere sollicitaties, maar deze sprong eruit. “Ik voelde direct een klik”, vertelt ze. “Ook ervaarde ik een fijne, warme omgeving.”
Destijds werkten er nog niet zoveel mensen. Marit was de veertiende werknemer. Ze kwam gelijktijdig in dienst met Leanne en Arjen – beiden ook nog steeds werkzaam bij Jayda CC.
Ik vraag haar wat ze zich herinnert van die eerste periode. “Ik oriënteerde me vooral op welke doelgroep ik leuk vond. Tijdens mijn opleiding bedacht ik dat ik enkel met volwassenen wilde werken. Maar toen Michel mij voor schoolprojecten vroeg, werd ik toch nieuwsgierig.” Marit bleek de schoolbegeleiding heel leuk te vinden. Ze haalde haar SKJ-registratie en werkt sindsdien vooral met jeugdigen. “Ik merk dat ik veel voor hen kan betekenen. En de jeugd is gewoon zo lekker eerlijk en recht voor z’n raap.”
Jayda CC is wel veranderd de afgelopen jaren. “We zijn natuurlijk echt groot gegroeid. Maar ik merk wel dat de verbinding er nog steeds is. Dat vind ik zo tof aan Jayda CC. Je bent hier gewoon echt mens en iedereen staat voor elkaar klaar. Het voelt als een familie, zeg maar. Dat gevoel had ik vijf jaar geleden al, en zo voelt het nog steeds.”
Marit ervaart dat ze bij Jayda CC de kans krijg om te groeien. Ook wordt haar persoonlijke ervaring meegewogen. “Ik heb bijvoorbeeld ervaring met autisme vanuit de gezinssituatie waarin ik opgroeide. Daar ben ik ook in gaan begeleiden, dat vond ik super.” Later merkte ze dat ze toe was aan uitbreiding van haar werkzaamheden. Dat was allemaal bespreekbaar. “Ik heb uitdaging nodig in mijn werk en collega’s denken daarin mee. Zo ging ik stagiaires begeleiden en deed extra taken naast het ambulant begeleiden.” Ondertussen groeide ze door naar de functie van assistent teammanager. “Ik vind het super om nu ook collega’s te coachen.” Ze houdt van een drukke dag met zowel afspraken met cliënten als collega’s.
“Sowieso de leuke personeelsfeestjes, die zijn top!”, antwoordt Marit gelijk als ik vraag wat haar zoal is bijgebleven. Daarna wordt ze serieus. “Maar ook toen een cliënt van mij overleed.” Ze is eventjes stil. “Hoe collega’s toen om mij heen stonden en mij opvingen. Dat heb ik als heel fijn ervaren.”
Marit blikt ook terug op een andere moeilijke periode. “Toen ik twee jaar in dienst was, heb ik er een tijdje uitgelegen. Ik ben iemand die enthousiast is, wil leren en overal bij wil zijn. In alle casussen zie ik wel iets interessants, dus wil ze het liefst allemaal zelf doen.” Ze lacht. “Maar dat kan niet. Dus ik merkte op een gegeven moment – ik werkte toen zo’n veertig, vijftig uur per week – dat het niet meer ging.” Marit vertelt dat ze in die periode beter haar grenzen leerde aangeven. “Ik weet het als die grens eraan komt. Dan voel ik hem al een tijdje en denk ‘oh, ik moet hier iets mee’. Dat stel ik dan nog wel een beetje uit. Het is nog niet van nature, zeg maar, dat ik mijn grens zo makkelijk aangeef. Uiteindelijk kan ik dat wel, waardoor ik niet helemaal tot het gaatje ga.”
Ik vraag wat ze destijds deed om echt tot rust te komen. “Eerst heb ik een week helemaal niks gedaan. Bijgeslapen, muziek geluisterd, een serie gekeken en goed voor mezelf gezorgd. Ook kaarsjes aan, het knus gemaakt voor mezelf. Daarna ben ik met Karin in gesprek gegaan over wat ik weer kon oppakken. We keken daarbij ook naar wat mij rust gaf.” Langzaam bouwde Marit zo haar werkzaamheden op. Ze kent nu haar grenzen beter en hanteert een bewustere tijdsplanning.
Tot slot blikt ze terug op wat de afgelopen vijf jaar haar persoonlijk brachten. “Ik ben gegroeid als persoon en als ambulant begeleider. Heb mezelf beter leren kennen. Ik weet beter wat ik wil en waar ik voor sta.” Ze lacht. “En ik heb geleerd dat ik daar trots op mag zijn.”