Gezonde voeding
We lezen veel over voeding, maar hoe kun je gezonder eten op een natuurvriendelijke en simpele manier? Daarover spreek ik met Louis de Jel. Hij was coördinator van Stichting Aarde en secretaris van Eetbaar Utrecht (buurtmoestuinen en stadslandbouw). Ook was hij mede-uitvoerder van Lekker Utregs (eten en drinken uit de regio), een samenwerking tussen Stichting Aarde en Milieucentrum Utrecht. Ik ontmoet hem in zijn grote tuin, waar de natuur veel ruimte krijgt en bijna alles eetbaar is.
Voordat ik Louis vandaag zou ontmoeten, las ik wat meer over voeding. Zo toont wetenschappelijk onderzoek aan dat gezonde voeding samenhangt met onze mentale gezondheid. En van alle energie die je binnenkrijgt, wordt twintig procent gebruikt door je hersenen. Een gezond en gevarieerd dieet is belangrijk. Zo lijkt het er sterk op dat een tekort aan vitamine B12 en D kan leiden tot geheugenproblemen.
Een grotere groep mensen is nu bewust bezig met hun voeding. Ook merk ik dat we vaker vraagtekens plaatsen bij bijvoorbeeld het bespuiten van gewassen en hoe dat gebeurt. Louis vertelt dat steeds meer boeren zoeken naar minder schadelijke of biologische alternatieven. “Maar er is nog een ander alternatief”, zegt hij er gelijk achteraan. “Het beste is om zoveel mogelijk voedsel zelf te produceren. Daar in ieder geval een beginnetje mee te maken.” Maar dat lijkt voor iemand zoals ik, met amper ervaring, niet zo simpel. Ik kijk hem hoopvol aan en vraag waar te beginnen.
Louis staat op en leidt me door de tuin. Hij wijst verschillende planten aan en vertelt: “De makkelijkste gewassen zijn sla, rucola, bieslook, sperziebonen, aardbeien en verschillende soorten munt.” De sla is nog baby als we er langs lopen. De bonen hangen er goed bij. De aardbeien zijn al geweest. Plots staat hij stil en wijst naar een fel gekleurde bloem. “Minder bekend, maar ook lekker en makkelijk, is de Oost-Indische kers.” Louis vertelt hoe deze eetbare bloem ook wel wordt gebruikt als decoratie bij gerechten. Ik proef voorzichtig en ben aangenaam verrast. Daarna bewonder ik de kleine ananaskers (Physalis pruinosa). De als papier ogende ‘lampionnetjes’ om de eetbare ananaskersen zien er prachtig uit. Ik vind deze vrucht heerlijk smaken, een beetje zoetzuur.
Ik vraag Louis hoe iemand moet beginnen als hij of zij nog niks produceert, of alleen een balkonnetje heeft. “Begin klein en met tweedehands materialen. Of ga voor een vierkantemetertuin, die is ook geschikt voor op het balkon. Je kunt je ook aansluiten bij een buurtmoestuin of bij mensen die zoiets willen starten”, antwoordt hij. Ik opper dat een oud plastic zitbad misschien ook werkt. Dat kan volgens Louis prima. Mooi zo, want die heb ik nog. Gelukkig is een vierkantemetertuin ook al te koop voor een paar tientjes.
Louis en ik nemen afscheid en ik voel me geïnspireerd. Jammer genoeg is het al begin september en zal ik nog even moeten wachten met mijn zitbad. Al kunnen de aardbeien al wel, lees ik, voor een goede oogst volgend jaar. Ook pluksla en veldsla kunnen nog. Vanaf februari kan ik de lampionplant voorzaaien en zodra de kans op stevige nachtvorst voorbij is, kan de Oost-Indische kers. Ik heb er zin in!